Oordelen Commissie Gelijke Behandeling

Alle oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling zijn te vinden op de website van de Commissie (www.cgb.nl). Een aantal oordelen over gelijke beloning kun je ook hieronder vinden.

Oordeel 1998-147

Werkneemster is werkzaam als programmamedewerker en stelt dat zij lager wordt beloond dan een mannelijke collega die arbeid van nagenoeg gelijke waarde verricht. De Commissie concludeert aan de hand van het door de werkgever gehanteerde functiewaarderingssysteem dat door werkneemster verrichte arbeid van hogere waarde is dan de door de maatman verrichte arbeid. Werkneemster heeft daarom in beginsel recht op ten minste het loon van de maatman. De Commissie oordeelt dat de werkgever bij de inschaling van werkneemster de beloningsmaatstaf 'ervaring' niet expliciet in de afweging heeft betrokken, maar louter naar het laatstgenoten salaris heeft gekeken. Het ligt op de weg van de werkgever om van geval tot geval na te gaan of een verschil in ervaring bij indiensttreding na verloop van tijd nog voldoende rechtvaardiging biedt voor het laten voortduren van het beloningsverschil. In het onderhavige geval is dat niet gebeurd, terwijl de aard van de functies met zich meebrengt dat een mogelijk verschil bij aanvang na verloop van tijd niet meer van invloed zal zijn bij het uitoefenen van functies.

Oordeel 1999-27

Werkneemster blijkt een lager uurloon te verdienen dan een kort na haar in dienst getreden mannelijke collega. Deze had bij de indiensttreding niet meer ervaring dan werkneemster. De Commissie constateert dat de werkgever bij de inschaling van de werkneemster geen rekening heeft gehouden met het salaris dat zij bij haar vorige werkgever verdiende en bij de inschaling van haar mannelijke collega wel. Dit leidt tot de conclusie dat verschillende beloningsmaatstaven zijn toegepast, terwijl daarvoor geen aanleiding bestond. Dit impliceert verboden onderscheid naar geslacht.

Oordeel 1999-112

De werkgever keert jaarlijks een bijzondere beloning uit aan werknemers met minder dan dertig ziektedagen. Het zwangerschapsverlof van een werkneemster is als ziekteverlof beschouwd, waardoor zij niet in aanmerking kwam voor de bijzondere beloning. De Commissie oordeelt dat vrouwen niet mogen worden benadeeld in hun arbeids­voor­waar­den vanwege de uitoefening van recht dat hen ter bescherming tijdens zwanger­schap en moederschap zijn toegekend. Er is sprake van direct onderscheid op grond van geslacht.

Oordeel 2000-04

Verzoeker is van Turkse afkomst en werkt als kraan/shovelmachinist bij een afvalver­wer­kingsbedrijf. Hij stelt dat zijn werkgever hem ongelijk behandeld heeft door aan een autochtone collega die, onder een afwijkende functiebenaming, werk van nagenoeg gelijke waarde verricht een hoger salaris te betalen. De werkgever betwist dat de taken van de maatman gelijkwaardig zijn aan die van verzoeker nu deze naast zijn werk als kraan/shovelmachinist de leiding over werkzaamheden heeft en fungeert als aan­spreek­punt bij problemen. De werk­ge­ver stelt dat de maatman bevorderd is omdat hij beschikt over communicatieve vaardigheden die voor het uitoefenen van de functie van voor­man recycling vereist zijn. Na het vertrek van de maatman is er een vacature ontstaan, waar­voor verzoeker niet in aanmerking kwam aangezien hij genoemde vaardigheden onvoldoende bezat. De Commissie concludeert hierop dat er niveauverschil bestaat tussen de functies van verzoeker en de maatman zodat een verschil in beloning gerecht­vaardigd is.

Oordeel 2000-09

De Commissie oordeelt dat de werkgever door het toekennen van een lager uurloon aan Turkse werknemers onderscheid maakt naar ras.Van belang is dat de beloning niet is vastgesteld volgens gelijkwaardige maatstaven.

Oordeel 2000-22

Bij de inschaling brengt de betrokken werkgever, conform de vigerende CAO, de helft van de jaren waarin de beoogde werkneemster niet (in loondienst) werkzaam is geweest in mindering op haar ervaringsjaren. De Commissie stelt vast dat de inschaling van mannen en vrouwen op gelijke wijze geschiedt. Er is derhalve geen sprake van direct onderscheid op grond van geslacht. Het inschalingsbeleid van de werkgever leidt er echter toe dat herintreders (in meerderheid vrouwen) benadeeld worden. Aangezien deze groep in meerderheid bestaat uit vrouwen is er sprake van indirect onderscheid op grond van geslacht. De werkgever heeft echter aannemelijk gemaakt dat recente werkervaring relevanter en geschikter is om de desbetreffende functie te vervullen dan ervaring uit een verder verleden. De Commissie acht het inschalingsbeleid dan ook een geschikt en noodzakelijk middel om het doel, het honoreren van relevante ervaring van nieuwe werknemers, te bereiken. Het indirecte onderscheid is hiermee objectief gerechtvaardigd.

Oordeel 2000-45

Drie werkneemsters stellen ongelijk beloond te zijn ten opzichte van twee mannelijke collega's die dezelfde functie uitoefenen. De Commissie stelt vast dat bij het bepalen van de aanvangssalarissen en de beloningsmaatstaven 'onderhandelingsresultaat' en 'marktwaarde' bij de werkneemsters en de maatmannen niet op dezelfde wijze heeft plaatsgevonden. Tevens is er geen goede verklaring voor het feit dat verzoeksters voor hun lease-auto's een relatief hogere bijdrage moeten betalen dan de maatmannen. De Commissie stelt vast dat sprake is van ongerechtvaardigd onderscheid.

Oordeel 2000-54

De werkneemster verdient naast haar vaste salaris ook een provisie. De provisie wordt naar rato gekort bij afwezigheid gedurende meer dan 25 dagen wegens ziekte of zwangerschap. De Commissie oordeelt dat afwezigheid wegens zwan­ger­schaps- of bevallingsverlof moet worden gezien als een direct en onlosma­ke­lijk gevolg van zwangerschap en daarom op een lijn moet worden gesteld met de zwangerschap zelf. De Commissie oordeelt tot direct onderscheid op grond van geslacht en daarmee tot strijd met artikel 7:646 BW.

Oordeel 2000-60

Werkneemster werkt aanvankelijk als oproepkracht bij de werkgever en vervolgens als deeltijdwerker-annex-oproepkracht. De Commissie stelt vast dat werkneemster als deeltijdwerker ten opzichte van voltijdwerkers is benadeeld bij de beloning door de wijze waarop de werkgever het ziekengeld heeft berekend, bij de opbouw van pensioenrechten en vakantierechten, doordat ze over haar oproepuren niet de rechten heeft opgebouwd waarop zij recht had en dat zij niet de gratificaties en eindejaarsuitkeringen heeft ontvangen waarop zij recht had. De Commissie oordeelt dat dit onderscheid niet objectief gerechtvaardigd is. De Commissie stelt vast dat werkneemster gedurende een bepaalde periode waarin ze voor de werkgever heeft gewerkt is benadeeld in de opbouw van pensioenrechten Tegen de achtergrond van de CBS-cijfers over het aantal mannelijke en vrouwelijke oproepkrachten in die periode acht de Commissie de door de werkgever verstrekte cijfers onvoldoende indicatief om indirect onderscheid op grond van geslacht aan te tonen.

Oordeel 2000-97

De werkgever betaalt, conform de CAO, aan deeltijders die meer uren werken dan in hun arbeidscontract is afgesproken een toeslag van 25% op het kale uurloon. In de CAO gold een overwerktoeslag als de voltijds arbeidsduur werd overschreden. Volgens de Commissie is een toeslag van 25% veel lager dan de optelsom van alle gemiste emolu­menten (pensioen, vakantiegeld, dertiende maand, etc.). Al deze loonbe­stand­delen krijgen voltijders wel over hun gewone werkuren en die zijn in feite vergelijkbaar met de extra uren van de betrokken deeltijders. De Commissie oordeelt dat er strijd is met de wet.

Oordeel 2001-29

Ook variabele beloning is aan te merken als beloning in de zin van artikel 141 EG-Verdrag. Op grond van dit artikel moeten de lidstaten de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke arbeid verzekeren en handhaven. Door de variabele beloning te korten wegens afwezigheid als gevolg van zwangerschapsverlof is er sprake van benadeling op grond van zwanger­schap. Dit levert direct onderscheid op grond van geslacht op wat verboden is door de gelijke behandelingswetgeving.

Oordeel 2001-52

Uit door de Commissie verricht onderzoek blijkt dat de functies van verzoekers en de drukkers (de maatmannen) bij de werkgever van gelijke waarde zijn. Gebleken is echter ook dat verzoekers en andere drukkers van allochtone afkomst lager worden beloond dan de drukkers van autochtone afkomst. De door de werkgever toegepaste belonings­maatstaven zijn daarbij niet inzichtelijk en niet consequent toegepast. De Commissie oordeelt dat de werkgever direct onderscheid op grond van ras maakt en dus strijd met de wet handelt.

Oordeel 2001-149

Verzoekster werkt bij een gemeente als juridisch medewerker. Zij is van mening dat zij op grond van geslacht ongelijk wordt beloond ten opzichte van haar man­ne­lijke collega. De Commissie constateert dat de functies van verzoekster en de maatman van gelijke waarde zijn. De Commissie onderzoekt voorts of de beloning op grond van gelijkwaar­dige maatstaven heeft plaatsgevonden. In deze zaak zijn de relevante belonings­maat­staven: het niveau van de functie, het toekennen van reguliere periodieken, het vaststel­len van het aanvangssalaris alsmede anciënniteit. De Commissie oordeelt dat de toepas­sing van de beloningsmaatstaven geen onderscheid naar geslacht oplevert. De werk­gever heeft niet in strijd met de wet gehandeld.

Oordeel 2002-48

Verzoeker, van Surinaamse afkomst, is van mening dat hij ongelijk beloond wordt op grond van ras. De Commissie overweegt dat verzoeker zijn algemene stellingname ten aanzien van de ongelijke beloning niet onderbouwt met cijfers of met namen waaruit de gegrondheid van zijn klacht zou kunnen blijken. Verzoeker heeft zodoende niet aanne­me­lijk gemaakt dat sprake is van ongelijke beloning op grond van afkomst.

Oordeel 2004-159

Verzoeksters zijn conform functiewaarderingssysteem ingedeeld in bepaalde salarisschaal en krijgen om redenen van ‘behoud van personeel en regionale concurrentiepositie’ twee extra periodieken. Maatman is conform functiewaarderingssysteem ingedeeld in dezelfde salarisschaal (50) en krijgt om redenen van ‘behoud van personeel en regionale concurrentiepositie’ indeling in salarisschaal 55. Dit betekent vier periodieken extra. Verweerster wijst op verschillen in functie die beloningsonderscheid zou rechtvaardigen. De Commissie oordeelt dat verweerster aspecten van de functie die al door het functiewaarderingssysteem zijn meegenomen nogmaals beloont, waardoor ongelijke beloning op grond van geslacht ontstaat.

Oordeel 2006-247

Een werkneemster en twee mannelijke collega’s werken in dezelfde functie (Operator aseptic filling). De werkneemster had bij de indiensttreding geen relevante werkervaring en de collega’s hadden 11 jaar ervaring. Het aanvangssalaris van deze collega’s lag daarom aanmerkelijk hoger. De werkneemster kreeg een opleidingstraject aangeboden en zou bij goed functioneren versneld de salarisachterstand inlopen. De werkgever heeft haar twee extra salarisverhoging toegekend en heeft daarna het opleidingstraject gestopt. De werkgever gebruikt hiervoor argumenten als haar houding, de gang naar de CGB en het werken in deeltijd. De CGB oordeelt verboden onderscheid naar geslacht en arbeidsduur. Via een gerechtelijke procedure zijn partijen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gekomen, waarbij verzoekster een bedrag van €24.000 heeft uitbetaald gekregen.

Oordeel 2006-98

Zeven werknemersters zijn als docent Educatie lager ingeschaald dan andere MBO-docenten.  CGB oordeelt strijd met de wet. Na het CGB-oordeel zijn de werkneemsters met terugwerkende kracht in een hogere salarisschaal geplaatst

Oordeel 2006-12

Twee werkneemsters werken in deeltijd en stellen ongelijk behandeld te worden vanwege het feit dat zij als deeltijders niet in aanmerking komen voor een leaseauto. De werkgever hanteert een grens van een bepaald aantal te rijden zakelijke kilometers per jaar en daar voldoen de werkneemsters niet aan. De voltijders, die wel aan dit aantal komen, krijgen een leaseauto. Daarvoor wordt alles, inclusief de benzine in binnen- en buitenland, vergoed door de werkgever. De werknemer betaalt in dat geval alleen zijn fiscale bijtelling. De twee werkneemsters krijgen een kilometervergoeding en gebruiken hun eigen auto en betalen alle kosten die daar verder mee samenhangen. De Commissie stelt vast dat er sprake is van benadeling van deze deeltijders en dat er daarom sprake is van onderscheid. De werkgever heeft hiervoor geen goede rechtvaardiging kunnen geven, behalve dan dat de kosten van een leaseauto niet opwegen tegen de baten in geval een werknemer minder dan een bepaald aantal kilometers rijdt. De Commissie overweegt echter dat financieel-economische argumenten alleen geen rechtvaardiging kunnen bieden en dat het bovendien heel goed mogelijk is om de werkneemsters te compenseren (uiteraard naar rato van het dienstverband) voor het gemiste privé-voordeel. Werkgever heeft een nieuwe regeling opgesteld met een aanzienlijke verlaging van het minimum aantal kilometers en ook zijn verzoeksters gecompenseerd






Meer dan 500 films van topwerkgevers op zoek naar jou! www.yourfuture.tv