Onderzoek internationale vakbonden (2009)
Vrouwen nog steeds sterk onderbetaaldSalaris Nederlandse vrouw 18 procent lager dan mannelijke collega Amsterdam, 6 maart 2009 – Het loon van vrouwen ligt wereldwijd gemiddeld 22,4 procent lager dan dat van mannen. Dat blijkt uit onderzoek van de internationale vakbondsorganisatie ITUC op basis van Loonwijzer-gegevens van werknemers in twintig landen. In Nederland ligt het verschil tussen mannen en vrouwen met 17,7 procent iets onder het mondiale gemiddelde. Het onderzoek, dat is gehouden in het kader van Internationale Vrouwendag op 8 maart, laat eveneens zien dat het salarisverschil tussen mannen en vrouwen groter wordt naar mate hun leeftijd toeneemt. De grootste loonverschillen tussen vrouwen en mannen komen voor in Brazilië (38,5 procent), Mexico (36,1), Zuid-Afrika (33,5), India (29,4) en Argentinië (29,0). Nederland behoort met 17,7 procent tot de landen waar de verschillen kleiner zijn, maar moet Denemarken (12,1 procent), Zweden (12,5) en Rusland (13,8) voor laten gaan. Verschillen naar leeftijd Loonverschil grootst in commerciële beroepen De verschillen zijn vooral het grootst in de commerciële beroepen (22,9 procent) gevolgd door de categorie ‘handel, transport en horeca’ (21,0). In de overheidsberoepen ‘zorg en onderwijs’ liggen de verschillen opvallend hoger (20,7) dan in de ‘(land)bouw en industrie’ (16,9). Positieve invloed van vakbond en CAO Tussen mannen en vrouwen die parttime werken is het loonverschil over het algemeen kleiner dan tussen hun collega’s die fulltime werken. Dit geldt echter vooral voor de landen waar parttime werk minder gebruikelijk is. In Nederland, Denemarken en Groot-Brittannië, waar deeltijdwerk vaker voorkomt, is het juist omgekeerd. De loonverschillen liggen hier onder deeltijdwerkers juist nog hoger. Download het ITUC rapport Gender (in)equality in the labour market: an overview of global trends and developments (pdf 310 kB) |





